Nieuwsbericht


11 januari 2019

Uitgangspunten voor het vernieuwingsproces

1.  De bonden blijven, conform de wens van een meerderheid in de ledenraad, in de KBO-organisatie de centrale dragende eenheden. De bonden, dat zijn de bonden met hun afdelingen en leden.

2.  Opheffing, direct of indirect, van de positie van de bonden is dus geen optie of punt van bespreking meer.

3.  Er kunnen ook geen ontwikkelingen plaatsvinden die de positie van de bonden aantasten. Er vinden dus geen acties richting afdelingen of leden plaats die hen direct of indirect aanzetten tot het verlaten van de bonden of daaraan medewerking verlenen.

4.  De Unie KBO blijft primair een organisatie van de gezamenlijke bonden. Zij krijgt geen bovengeschikte positie ten opzichte van de bonden. Haar primaire taak blijft landelijke belangenbehartiging en het verrichten van taken die volgens de bonden doelmatiger gezamenlijk op landelijk niveau kunnen worden aangepakt.

5.  Naast de bonden kan de Unie KBO rechtstreekse leden hebben. Het rechtstreeks lidmaatschap wordt bevorderd, maar niet ten koste van het lidmaatschap van de bonden/afdelingen.

6.  Bij de huidige constellatie van KBO-PCOB is een rechtstreeks lidmaatschap van anderen dan de Unie KBO en de PCOB uitgesloten. Die mogelijkheid kan alleen worden geopend na een herziening van deze constellatie. Het overgaan van afdelingen van de bonden naar de Unie KBO of KBO-PCOB zal uitgesloten zijn. Alleen individuele leden kunnen zich als rechtstreeks lid aanmelden.

7.  Het beleid van de Unie KBO dient een duidelijk draagvlak te hebben bij de leden van de Unie, in het bijzonder de bonden

8.  Met communicatie van Uniewege met afdelingen en leden van de bonden die zich niet verdraagt met de positie en de opvattingen van elk van de bonden wordt onmiddellijk gestopt. Er wordt een werkwijze in het leven geroepen die verzekert dat communicatie van de zijde van de Unie met afdelingen en leden geen spanning oplevert met het beleid van de bonden.

9.  Samenwerking van de Unie KBO/de KBO-bonden met de PCOB is van groot belang. Deze dient verder, niet alleen landelijk maar ook provinciaal en lokaal, vorm te worden gegeven. Het toewerken naar een fusie van beide is vooralsnog misschien niet haalbaar. Een verdergaande samenwerking op andere wijze moet dan serieus worden onderzocht. Daarbij kan dan ook een rechtstreeks lidmaatschap van individuen van (een) christelijke organisatie(s) mogelijk worden gemaakt.

10.Besluitvorming die de positie en het voortbestaan van de KBO-bonden raakt, dient voortaan eerst plaats te vinden in de organen van de Unie KBO en pas daarna de KBO-PCOB-organen.

11.Het bestuur anticipeert niet meer op de uitkomsten van het vernieuwingsproces dan met instemming van de ledenraad en de bond(en) die het regardeert.

12.Er dienen serieuze pogingen te worden ondernomen om KBO-Brabant weer binnen boord te krijgen.