Historisch nieuwsbericht 1


5 januari 2019

Op weg naar vernieuwing van de Unie KBO-PCOB.
Evenals in de politiek wordt in de totale KBO-PCOB-organisatie de roep tot inzet van andere en meer democratische instrumenten dan de huidige steeds luider. Dit om de mensen aan de basis van de organisatie vooral meer stem te geven. Dat laatste onderkent inmiddels ook het bestuur van de Unie KBO-PCOB. Het brengt daarom een landelijke discussie op gang, die moet leiden tot structurele vernieuwing van de KBO-PCOB-organisatie in de richting van een dynamische, zichzelf telkens actualiserende landelijke seniorenbeweging. Daartoe is onder andere nodig dat de besturen van de afdelingen/verenigingen aan de basis relatief (als lid van die ene grote organisatie) zelfstandiger en actiever (onafhankelijker) moeten kunnen opereren naar de individuele leden van de eigen afdeling/vereniging. Een bestuurlijke laag tussen de afdelingen en de Unie KBO-PCOB op provinciaal niveau is dan niet langer noodzaak en werkt, indien gehandhaafd, zelfs contraproductief. Wel is het denkbaar en wenselijk in zo’n dynamische organisatie, dat er een relatief onafhankelijke tussenlaag georganiseerd wordt in de vorm van een efficiënte kleine organisatie, van waaruit een beperkt aantal professionals samen met vrijwilligers inhoudelijk gevraagd en ongevraagd afdelingen/verenigingen ondersteunen in het ontwikkelen van activiteiten voor hun leden. Ook is wenselijk dat er een Ledenraad wordt samengesteld met daarin onafhankelijke door de verenigingen gekozen leden. Tegen de achtergrond van deze ontwikkelingen dienen de hieronder vermelde gebeurtenissen geplaatst te worden.

1.  In 2016 komt het gesprek op gang tussen de twee landelijke seniorenorganisaties KBO (een kleine 200.000 leden) en PCOB een kleine 100.000 leden) op gang. Al snel blijkt dat de bereidheid bij beider ledenraden om met elkaar op te trekken voldoende aanwezig is om serieus met elkaar om de tafel te gaan zitten.

2.  Dat ‘tafelgesprek’ leidt binnen een jaar tot ferme afspraken, die zeer essentieel zijn voor het vervolg van de onderlinge samenwerking. De afspraken luiden onder meer:
a. Vanaf heden trekken we gezamenlijk op in een gezamenlijke ledenraad, die een volledige samenvoeging inhoud van de twee tot dan toe afzonderlijke ledenraden. De gezamenlijk ledenraad telt aldus zo’n zestig personen;
b. Gezamenlijk wordt de publiciteit gezocht, die met name tot uitdrukking komt in een gezamenlijke vertegenwoordiging in Den Haag, een gezamenlijk periodiek, het KBO-PCOB-blad, en één gezichtsbepalende directeur naar buiten, Manon Vanderkaa.

3.  Ook wordt een gezamenlijke huisvesting in Utrecht betrokken en worden afspraken gemaakt over de gezamenlijke financiering.

4.  Dit alles wordt in de steigers gezet met het oog op een te realiseren fusie van de landelijk KBO en de landelijke PCOB in de nabije toekomst. De lokale verenigingen hebben in die ontwikkeling naar samenwerking resp. naar fusie op landelijk niveau geen stem gehad. Een keer afgesproken en geoperationaliseerd zoals hierboven heel kort is geschetst, is het hen bij monde van het bestuur van de provinciale bonden als voldongen feit meegedeeld. Op zich nog niet zoveel mis mee, behoudens dat de verenigingen eerder geïnformeerd kunnen worden door het bestuur van de provinciale bonden, in ons geval het bestuur van KBO Gelderland, en bevraagd op hun instemming.

5.  Duidelijkheidshalve zij hier vermeld dat het in de praktijk ‘slechts’ gaat om samenwerking, hetgeen niet betekent dat sprake is van een fusie. Men gaat er in Utrecht van uit dat de praktische invullingen als ‘vanzelfsprekend’ zullen leiden tot een fusie van beide organisaties.

6.  Om toch richting fusie te werken wordt door de gezamenlijke ledenraad KBO-PCOB in de tweede helft van 2017 besloten onder leiding van een Stuurgroep het algehele proces van gezamenlijke vernieuwing en fusie van beide organisaties breed en in alle lagen in het land te bespreken. Eind 2017 vindt in Culemborg de eerste van de twaalf conferenties plaats waaraan bestuurders van de lokale verenigingen, van provinciale bonden, van de ledenraden van KBO en van PCOB en zelfs externe geïnteresseerde betrokkenen kunnen deelnemen. In een tijdsbestek van vier maanden worden onder leiding van een Stuurgroep, samengesteld uit ‘deskundigen’ in en buiten de seniorenorganisaties, twaalf (!) landelijke conferenties gehouden! In de twee maanden die volgen, vinden nog eens drie (uit)werkconferenties plaats, waarna in de zomerperiode van 2017 de Stuurgroep alle geluiden bundelt en aan de Unie KBO-PCOB een rapport aanbiedt met de belangrijkste resultaten wat betreft missie, visie en hoofddoelstellingen van de nieuwe organisatie, de organisatorische inrichting op hoofdlijnen en de financiering van de nieuwe organisatie.

7.  In de tweede helft van 2018 wordt het rapport door het gezamenlijk bestuur van KBO-PCOB een op een voorgelegd aan de gezamenlijke ledenraad. In plaats van een eensgezinde keuze tot verdere uitwerking van de voorstellen wordt er door enkele besturen van de provinciale bonden (Gelderland, Limburg en Noord Holland) van de KBO forse kritiek geuit, hetgeen leidt tot bijstellingen van het rapport en een tweede bespreking in de gezamenlijke ledenraad van de bijgestelde versie. In die vergadering blijken de ‘dissidente’ besturen de hakken echt in het zand te zetten. Het bestuur van Gelderland ontzegt zijn medewerking aan verdere uitwerking van de hoofdlijnen in het rapport. Aangezien in de gezamenlijke ledenraad gestreefd wordt naar consensus (met zo’n 60 stem-hebbenden om de tafel!) kan geen voortgangsbesluit op de vernieuwing/fusie worden genomen. In oktober 2018 haalt het gezamenlijk bestuur KBO-PCOB het rapport voorlopig van tafel onder het argument, dat de besturen van de provinciale bonden, naar eigen zeggen, te weinig gehoord zijn . . .

8.  Kort weergegeven zijn de voorstellen in het stuurgroeprapport:
a. Inrichting van een sterk centraal bestuur met een duidelijk gezicht dat kracht uitstraalt met als taken: beleid op hoofdlijnen ontwikkelen, pleitbezorger in Den Haag en de PR naar buiten verzorgen via directie en maandblad;
b. Het primaat van de lokale verenigingen waarderen, want daar liggen de levensaders van de Seniorenorganisatie KBO-PCOB;
c. Inruilen van een bestuurlijke tussenlaag voor een inhoudelijke ondersteuningsorganisatie naar de lokale verenigingen;
d. Een gezamenlijke (relatief onafhankelijke) ledenraad, waarin de leden worden voorgedragen en gekozen en onafhankelijk (vrij van ruggespraak) kunnen meepraten en meebeslissen;
e. Financiering met name door (synchronisatie van) de contributie-afdracht, rechtstreeks aan de administratie van de Unie KBO-PCOB.

9.  Inmiddels loopt het ledenaantal van KBO en PCOB gestaag terug: de KBO kan begin 2019 nog rekenen op zo’n 180.000 en de PCOB nog op zo’n 70.000 leden.

10.Stand van zaken wat betreft de vernieuwing: de KBO-besturen van de noordelijke provincies en van Utrecht plus een aantal verenigingen van Gelderland zijn voor verdere uitwerking van het rapport, die van de zuidelijke provincies en een groot deel van de Gelderse verenigingen zijn tegen. De PCOB is grotendeels voor. De KBO zowel als de PCOB zijn zich nu aan het beraden hoe deel te nemen aan de voortgang. Een ding staat minstens vast: de meningen lopen ver uiteen als het gaat om operationalisatie van de vernieuwing in de komende jaren.


Tenslotte
Bestuur van KBO Gelderland en de besturen van de vier BWBW-verenigingen (de verenigingen Bemmel, Wijchen, Beuningen, Weurt) staan in hun opvattingen over hoe verder in de vernieuwing naar één KBO-PCOB-seniorenorganisatie haaks op elkaar. Kern van de tegenstelling is: de provincies besteden veel tijd en energie in onderlinge tegenstellingen omdat er geen centraal gezag is. De vraag blijft : hoe landelijk de regionale ‘tussenlaag’ in te vullen: bestuurlijk zoals al jaren het geval is of inhoudelijk ondersteunend, waar in het stuurgroeprapport voor gepleit wordt. Wat de uitkomst ook wordt, BWBW staan voor een rechtstreeks lidmaatschap van de landelijke seniorenorganisatie KBO-PCOB en velen met ons.